Studies Art @ AKV St.joost // Lives in The Hague // Born 6 october 1987
Fanja van Driel is geboren op 6 oktober 1987 in Den Haag
In het vorige stuk heb ik globaal uitgelegd waar de vragen vandaan komen en hoe
ik dit onderzoek.
Hier zal ik een aantal belangrijke fragmenten uit mijn leven beschrijven en
toelichten. Welke gebeurtenissen en omgevingen voor mijn identiteit belangrijk
zijn (geweest). Hoeveel invloed heeft je omgeving op wie je bent? Je opvoeding
bepaalt voor een groot deel de context en achtergrond voor jou leven. Een
westers land biedt voor veel meer mensen veel meer kansen. Was ik in Iran geboren
dan zag mijn leven er heel anders uit.
De Schilderswijk
Op 6 oktober 1987 kwam ik ter wereld. De eerste tien jaar van mijn leven groeide
ik op in de Schilderswijk in Den Haag. Wij woonden in een oud hofje, de
'Van Ostadewoningen', in en bij de Jacob Catsstraat. Het hof is gebouwd in
1886-1898 door joodse inwoners van die wijk. Het werd gebouwd voor minder
vermogende joodse bewoners, echter bleven ze liever wonen waar ze zaten. Al
snel werd het hof bewoond door andere minderbedeelde hagenaars. Tegenwoordig is
het hofje, dat wordt privé wordt beheerd, nog steeds voor mensen met een laag
inkomen. De schilderswijk is een van de wijken die in 2007 is aangewezen als een
van de 40 'krachtwijken', ook wel 'vogelaarwijken' genoemd. Met het actieplan
krachtwijken wilde het toen zittende kabinet Balkenende III 40 probleemwijken
verbeteren. In 2008 was 90,6% van de inwoners allochtoon. Dit zal in de tijd dat
Fanja er woonde wellicht iets minder zijn geweest, maar wel een hoog percentage.
Vaak speelde ik met mijn vriendinnetjes in de speeltuin waar ik dan ook een
van de weinige blonde meisjes was. Op een dag werd ik achterna gezeten door
een Marokkaans jongetje. Ik kon hard rennen en was veel groter maar
uiteindelijk kreeg hij me te pakken op de trampoline. Hij greep me naar mijn
keel en hield me zo vast. Het leek heel lang te duren, maar hij liet me na
een tijdje gaan. Ik werd gepest en was onzeker, waardoor ik voor die pestkoppen
een makkelijk slachtoffer was.
Op die leeftijd kende ik het verschil niet tussen een rotmarokkaantje en een
willekeurige andere pestkop. Als je jong bent is het gewoon een rot joch zonder
specifiek ras. Ook mijn opvoeding draagt daaraan bij. We zijn allemaal mensen,
kleur, geloof, achtergrond en dergelijke doen er, in eerste instantie, niet toe.
Mensen kennen mij ook altijd als iemand die andere in zijn waarde laat.
Maar ook de beeldvorming in de media draagt bij dat we nu anders kijken naar
verschillen tussen mensen. Na de aanslagen op het world trade center is de
beeldvorming sterk veranderd. Een arabier is een moslim en een moslim heeft
per definitie andere waarden en normen dan wij gewend zijn in het westen. Dat
we allemaal anders zijn weten we allemaal, maar in de media wordt dat soms
sterk benadrukt op een negatieve manier.
Op school
Ik was vroeger altijd erg onzeker, over mijzelf, over wie ik was, waar ik bij
hoorde en over mijn lichaam. Op de basisschool speel je op het schoolplein met
je vriendjes en vriendinnetjes altijd allerlei spelletjes. Iedereen wilde met
het leukste groepje meedoen, ik ook. Maar dan zeiden ze vlak voor dat ik mee kon
doen slot op de pot. Dat betekende dat niemand anders meer mee mocht doen.
Buitengesloten worden is heel pijnlijk. Je hoort er namelijk niet bij. Je bent
niet leuk genoeg of goed genoeg.
Op de middelbare school deed ik ontzettend m'n best om erbij te horen, maar
dat lukte niet. Echt lekker mezelf was ik in die tijd niet. Ik bouwde een
figuurlijke muur om me heen.
Totdat ik rond mijn vijftiende een hele wereld buiten school ontdekte. Het
uitgaansleven. Hier was ik jong, aantrekkelijk en kreeg veel aandacht van
allerlei jongens. Ik was populair.
Tijdens deze roerige periode ontmoette ik mijn eerste (echte) vriend. Ik haalde
met hakken over de sloot mijn havo diploma en ging een jaar werken bij de V&D
en
als oppas. Mijn muur brokkelde langzaam af. Op een rare manier. Ik werd juist
steeds meer open over mezelf. Schaamde me nergens meer voor en gaf juist van alles
bloot. Maar waarschijnlijk is dat juist ook een muur. Shockeren door extreem jezelf
bloot te geven creëert ook afstand.
Den Haag
Als ik mezelf voorstel dan vertel ik dat ik aan de kunstacademie in Breda studeer,
maar dat ik al mijn hele leven in Den Haag woon en daar ook niet weg wil. Ook
al is het elke dag veel reizen ik hou van mijn stad en voel me daar thuis en op
mijn gemak.
Ook merk ik dat ik Breda een minderwaardige stad vind ten op zichtte van Den Haag.
Hoe komt dat? Ik heb een sterke band met Den Haag en voel dus ook een
verdedigingsplicht. Toch ben ik in Breda gaan studeren. Ik wilde iets anders,
iets bijzonders.
Breda heeft een provinciaals karakter of imago. Den Haag is een van de vier
grote steden en hier zetelt de regering. Den Haag is een grotere en een veel
belangrijkere stad. De echte Bredanaar kent de gemiddelde Nederlander niet.
Maar een echte Hagenees kennen we allemaal.
Ik ben altijd een stadskind geweest. Ik zou me waarschijnlijk doodvervelen in
een dorp. Maar aan de andere kant zijn er veel stadsmensen die naar rust
verlangen. Er gebeurt zoveel in een stad. Je hebt er zoveel keus. Andere vinden
het juist makkelijk om in een menigte op te gaan. Dan val je niet zo op.
In dorpen kent iedereen iedereen en zullen ook van alles van jou doen en laten
weten.
In een klein land als Nederland is alles dichtbij. We kunnen studiefinanciering
krijgen en alle studies doen die we willen. Er zijn ook steeds meer soorten
studies. Er zijn dan ook genoeg jongeren die niet kunnen kiezen. En als er is
gekozen ga je twijfelen of je wel de goede keuze hebt gemaakt.
Ik ben erg gebonden aan mijn stad. Mijn beiden ouders hebben ook een speciale
band met Den Haag. Waarschijnlijk heeft dat mijn band met de stad hechter
gemaakt dan als mijn ouders dat niet hadden.
Ouders
Mijn vader komt uit Horn, een dorp vlakbij Roermond. Na de middelbare school is
hij naar Den Haag verhuist om aan het conservatorium te studeren. Hij maakte het
niet af, "het conservatorium heeft mìj afgemaakt!" zoals hij zelf zegt, en ging
op in de bruisende muziekwereld van Den Haag. Hij schreef zelfs een nummer over
Den Haag waarmee hij uiteindelijk ook meedeed aan het Haags songfestival.
Fanja van Driel – Papa vs. Mama (2007)
Veel ouders zullen hun kinderen stimuleren om zelf te kiezen. Maar hoe kun je als jong kind goede keuzes maken? Vroeger werd er nog voor je gekozen. Je groeide op in een bakkersgezin, dus werd je bakker. Je hoorde bij een zuil, stemde dát en ging met díe mensen om. Tegenwoordig is dat niet meer zo. Kinderen willen ook niet klakkeloos de zaak van hun ouders overnemen. Niet voor niets trekken jongeren weg van het platteland. Daar hebben ze immers niet zoveel keus. Er zijn daar minder verschillende soorten banen en minder opleidingen.
fanja/observator/interpretator/filosoof/kunstenaar
Toen de werken Papa vs. Mama ontstonden waren er observaties die wezen op
gelijkenissen tussen Fanja en haar ouders. Haar moeder was SP-gemeenteraadslid,
haar vader muzikant. Beiden roken en drinken. Fanja was ook actief in de SP en
wil ook een creatief beroep gaan beoefenen. Ook rookt en drinkt ze. Je zou dit
kunnen interpreteren als logische oorzaken en gevolgen. Maar het blijven
interpretaties. Ook kun je je bedenken wat er van Fanja geworden zou zijn als
één of meer van deze elementen als rokende ouders weg zou laten. Zou Fanja dan
ook gerookt hebben? Was Fanja actief geweest binnen de SP als haar moeder geen
politieke carrière had gehad?
Deze vragen zetten de kunstenaar aan het denken. Het beeld wat hieruit voortkomt
speelt met deze spannende vragen en daarmee ontstaat het werk, de beeldende kunst.